Montessori en ik

Hoe kan het ook anders, de bruine trap en de rode stokken, gewoon te koop bij Ali Express. Het zijn de eerste zoekresultaten na het beluisteren van een radiodocu over 100 jaar Montessorionderwijs afgelopen november. Het is ook 150 jaar geleden dat grondlegster Maria Montessori in Italië werd geboren. Ik ben zelf Montessorikind, een foto van mevrouw Montessori hing in de hal van onze school en over dat portretje werd ook wel een beetje gewichtig gedaan.

Mijn basisschooltijd herinner ik me als goed en geborgen, creatief ook. En soms een beetje eenzaam. Niet omdat ik me alleen voelde, maar omdat het zelf organiseren van schoolwerk – typisch Montessori – niet altijd lukte. Rekenen vond ik lastig en het vermijden van rekenwerkjes leek me de oplossing, vooral in de bovenbouw. Ik stortte me op taal, op zo’n ribbelig kleedje op de grond, en raakte achter in de rekenplanning. Dat was een A4- kaart met kolommen, rijen en vakjes waar je de gemaakte werkjes op kon afstempelen. Kon schrijf ik expres, want veel vakjes onder het kopje rekenen bleven leeg en ik kan me eigenlijk ook weinig controle herinneren. Ook destijds had ik het idee dat niemand zich er echt mee bezig hield; wat ik nou moest inhalen en vooral hoe.

Los van dit kleine ‘rekendebacle’ herinner ik me vooral de mooie Montessorimaterialen en de ruimte voor creativiteit. Knutselen, tekenen, toneelstukjes maken, liedjes schrijven, het kon allemaal tijdens de schooluren. Maar ook de eigen verantwoordelijkheid over je schoolwerk en het zelf mogen kiezen van werkjes. Alleen in de laatste twee groepen, 7 en 8, was er een meer gebonden sfeer, klassikaal en met citotoetsen.

Blauwe ribbroek van juf Ada

In 1988 stapte ik groep 1 van de Jacob Marisschool in Rotterdam binnen. Maf om te merken hoe je geheugen werkt, een eerste beeld is de blauwe ribbroek van juf Ada, die bij de deur van de klas op me stond te wachten. Op die eerste schooldag kreeg ik al meteen een maatje toegewezen. Een groep 2’er die me meenam en die de hele dag voor me zorgde – zo voelde dat tenminste. Ook een van de kernpunten van het Montessorionderwijs: de oudere kinderen helpen de jonkies. Fijn dat Sachi mijn gids was toen, ik vond het al griezelig genoeg allemaal.

Hoe heb ik de principes van het Montessorionderwijs met me meegenomen, zo door de jaren heen? En wat is dat dan? Zelfstandig werken, zelf je dag indelen? Helpt die ervaring me bij het thuiswerken nu? Dit is zeker geen wetenschappelijk onderzoek, meer een wat schriftelijk gemijmer, gewoon uit nieuwsgierigheid.

Eerst even wat achtergrond

Het Montessorionderwijs bestond in 2020 100 jaar. Met de invoering van de Lager-onderwijswet in 1920 werd het bijzonder lager onderwijs, net als openbaar onderwijs, volledig door de overheid betaald. Ook een deel van het voortgezet onderwijs hoorde toen nog bij het lager onderwijs, zoals de mulo.

Vanaf die tijd ontwikkelde het bijzonder onderwijs zich in rap tempo. Dat zag je trouwens terug in de verhoudingen. Was in 1920 nog een derde van de scholen bijzonder, vanaf de jaren dertig was dat al omgekeerd: twee derde van de scholen was bijzonder en een derde van de scholen openbaar. Blijkbaar bestond er de behoefte om op een andere manier naar kinderen te kijken, aan een vrijere onderwijsvorm.

Nederland bleek een vriendelijke plek voor nieuwe onderwijsmethodes, ook voor de methode van Maria Montessori. Onder het motto ‘Leer mij het zelf doen’ krijgt een kind de ruimte om te leren en de leerkracht respecteert het kind zoals het gebakken is. Het ontwikkelt zich op een natuurlijke manier, met daarbij een grote rol voor de zintuigen en het – nog steeds – heel precies gefabriceerde Montessorimateriaal door Nienhuis. De roze toren, de bruine trap, de rode stokken, het gouden materiaal, de geluidskokers, het telraam, de schuurpapieren letters, de kleedjes en ga zo maar door. Ik weet nog dat ze een enorme aantrekkingskracht hadden, je móést ze gewoon vasthouden en voelen.

De universele uitgangspunten van het Montessorionderwijs worden inmiddels over de hele wereld toegepast, van China tot in de VS tot in Irak. Sommige scholen volgen strak de principes, andere scholen minder. Ook in Nederland bestaan die verschillen tussen Montessorischolen. Hoe ging dat bij ons op school?

Veel werd aan de leerkrachten zelf overgelaten

Het schiet me te binnen dat mijn moeder en juf in groep 3 in dezelfde sportgroep zitten en ik durf haar – het blijft toch je juf – te benaderen voor een paar vragen. Hoe zag en ziet zij dat Montessorionderwijs? Juf Nel leerde me lezen en schrijven en ik herinner me haar als een duidelijke, soms strenge juf met mooie krullen waar ik veel van heb geleerd. Na een snelle mailwisseling spreek ik haar aan de telefoon.

Als leerling op de Amsterdamse Kweekschool volgde ze destijds de tweejarige opleiding op de Montessoriafdeling. Daarna begon ze in 1958 als leerkracht op de 5e Montessorischool in de Watergraafsmeer – lijkend op mijn oude school zie ik op internet, dezelfde bouwstijl. Na verschillende onderwijsbanen en haar verhuizing naar Rotterdam in 1972 ging ze aan het werk op de school waar de Jacob Maris zich in ‘75 van afsplitste, mijn oude basisschooltje.

Energiek vertelt ze dat ze echt iedere dag met plezier naar het werk fietste. Misschien juist omdat er zoveel aan de leerkrachten zelf werd overgelaten. Ze werden in veel dingen vrijgelaten. Juf Nel: ‘Dat vond ik er zo mooi aan, elk kind zo goed mogelijk kunnen begeleiden, individueel een duwtje kunnen geven. Zo wist je ook meer over de achtergrond van een kind.’ Ze legt uit dat binnen het Montessorionderwijs ieder kind z’n eigen dingen onderneemt en dat leerlingen zo helemaal niet bezig zijn met wat een ander doet. Ook de aandacht voor beleefdheidsnormen en de kringgesprekken herinnert ze zich als pluspunten. En dan dat materiaal. Het mooiste vindt Nel het gouden materiaal, maar ook de kralenkettingen en de telramen.

Ik was een rustig, soms teruggetrokken meisje op school en dat was prima. Geen assertiviteitscursus of sova-training die me werden opgedrongen, iedereen z’n karakter en temperament. Ik vraag juf Nel of ze denkt dat kinderen met een sterk karakter meer ruimte in konden nemen. ‘Ik denk het haast wel’, antwoordt ze. ‘Juist vanwege die vrijheid, zolang ze elkaar maar niet stoorden natuurlijk.’

Toch denk ik stiekem dat niet iedereen geschikt is voor Montessori. Nel: ‘Ik dacht het zelf altijd wel, maar toch hebben sommige kinderen meer druk nodig.’ Het is precies hoe mijn broer erover denkt. Hij is er kort over, voor hem had het eigenlijk alleen maar nadelen. Zo’n reactie hoor ik bij een ander schoolgenootje, waar ik pas later bevriend mee raakte. Zij kijkt terug op vooral een leuke, maar wel vrijblijvende tijd. ‘Alleen doen wat je leuk vindt, dat komt je topografie niet ten goede.’

Zou dit dan alleen voor jonge, ontdekkende kinderen werken?

Mijn moeder, ook Montessorikind, herinnert zich vooral de warmte en de vrijheid, beschermd en zonnig. De veiligheid van op je eigen eilandje kunnen werken. Ze vertelt over de eerste jaren: ‘Ik voelde me gewaardeerd en had het gevoel dat de juffen er alles uit probeerden te halen wat er in zat. En dat gaf me een geweldig gevoel. Later ging ik een beetje ten onder in de rommeligheid en chaos. Door de kinderen die andere kinderen hielpen.’

Dat herken ik wel, vooral vanaf de bovenbouw. De soms chaotische dagindelingen en lessen. Het zelf bijhouden van je reken- en taalvaardigheden, je moet het maar kunnen. Zou deze methode vooral ideaal zijn voor jonge, ontdekkende kinderen in de onderbouw?

Al met al denk ik dat de tijd op de Jacob Maris me zeker een mate van zelfstandigheid heeft opgeleverd. Ik leerde zelfstandig te werken en daar ook op te vertrouwen. De vrijheid die we kregen werd vast misbruikt, maar ook benut. Ik zag dat kinderen die vrijheid gebruikten voor waar ze goed in waren. Creatief of sportief of wat dan ook, en dat kon dus. Toch begrijp ik mijn broer ook goed. Sommige kinderen hebben wat druk en begeleiding nodig, en ik dus achteraf gezien ook, bij dat rekenen. Je kon gerust een beetje wegzakken in je stille karaktertje, daar was je dan ook weer vrij in. En of dat altijd goed is geweest betwijfel ik.

De zelfstandigheid was denk ik een handige basis voor het leren op de middelbare school. Bijvoorbeeld bij het opzetten van een werkstuk of project. En ja, misschien heb ik die eigenschap toch al, maar Montessori heeft me er wel mee laten oefenen. Ik heb het nooit eng gevonden om opdrachten of projecten alleen te doen. En ook het zelf leren bijsturen totdat iets wel lukt. Hetzelfde zie ik bij mijn broer en bij mijn moeder. Zelfstandige geesten die allebei zelfstandig werken of werkten. Toeval of de aard van het beestje? Kan. Maar toch wil ik graag geloven dat Montessori daaraan heeft bijgedragen. Ik zou het bij nog meer ‘Montessorianen’ moeten peilen.

Overige bronnen

  • De vrijheid van schoolstichting overheidsbekostiging en onderwijsrichting, Ben Vermeulen, 2019
  • Montessori: andere route, zelfde resultaat, Nienke Ruijs, 2015
  • Old wine, new bottles, Een kwalitatieve studie naar innovatie in het Nederlands primair onderwijs, Eva E. J. van der Weij, 2020
  • OVT, Het Spoor Terug: Montessori-onderwijs, zondag 8/15 november 2020
  • Schoolgids Montessorischool Waalsdorp, Kernpunten van het Montessorionderwijs