Hoe noem je toch dat magische moment?

Er zijn van die momenten op een dag waarop het schrijven – woord aan woord rijgen en die slingers netjes als zinnen ophangen – gewoon goed gaat.

Mijn moment is wanneer het buiten langzaam lichter wordt en de nacht z’n biezen pakt. Echt licht is het nog niet, maar heel donker ook niet meer. Blauwige filter schuifelt over de tuin. Boom, schuur en struik krijgen weer randjes. Alles zich start op terwijl het voor sommigen tijd is om weer naar huis te fietsen.

Dán mijn werkdag beginnen voelt alsof ik in m’n eentje in een groot zwembad rondpeddel. Ik kan nog alle kanten op, de tijd staat nog niet te dringen.

Voorsprong op de rest

Ben op voorsprong want de anderen staan hun tanden nog te poetsen. Fris in m’n hoofd, het schrijven gaat gemakkelijk. En ik zie precies wat ontbreekt. O ik ben er zeker niet iedere dag als de kippen bij, maar als ‘t lukt ben ik een koning.

Maar hoe noem je dit magische moment? Een collega-luisteraar vroeg het zich af op de radio. En ik eigenlijk ook. Het optrekken van de dag, je noemt het ‘het blauwe uur’. Het blauwe uur mag naast de gouden uren en de blauwe maandagen, de grijze dagen en de gitzwarte, dagen van goud en de dagen met een zilveren randje.