Sloffende kraaien

Wat een verschil: een jaar geleden reed ik ’s ochtends door betegelde graffititunnels en de oude stadswijken naar het werk. Vanaf het station langs de taxi’s en Dixi’s naar de hoge flat aan de haven. Nu rijd ik ’s ochtends in Brabant door het bos. Ik heb een baan in mijn woonplaats gevonden.

Toen hield ik in de gaten of de open vuilniszakken op het hoekje van het Weena al eindelijk weg waren. Nu let ik goed op de akkers, of ze al wat groener worden. Yes, het mais groeit.

Op m’n fiets kronkel ik over het bospad naar het spoor waar na de overgang twee grappige akkertjes liggen. Met graan en een gewas dat ik als stadse meid nog niet ken. De boer is al vroeg bezig met het maaien van gras. Tegelijkertijd sloffen de kraaien door het stoffige zand op zoek naar lekkers. In Rotterdam doen ze dat ook maar dan door papier, plastic en ouwe frieten op straat.

Hoe vakantie-achtig mijn nieuwe ritjes ook voelen, toch vond ik het ook leuk om door mijn oude stad naar het werk te rijden. De drukke oude straten met de anonieme verdiepingen, oude gordijnen, vensters begroeid met vingerplanten. De talloze winkeltjes, de oude stukken van de stad, de rivier en de boten bij zonsopgang. Op de fiets bij de brug wachten is dan niet zo erg.

Maar als ik toch moet kiezen, geef me dan de kraaien op de akker, de spoorwegovergang waar ik in m’n eentje overheen hobbel en de fluitende bosvogels. Waarom? Omdat ik m’n fiets steeds vrolijk weg zet, in het bijkeukentje op het werk.